Hartmut Zänder |
|
Als kunstenaar houd ik me sinds twee jaar intensief bezig met de televisiekost.
Ik drink deze strom van beelden en slik ook de harde broken door. Maar
ik wil graag weten wat ik iedere dag tot mij neem. Daarom neem ik veel
op video op, zert het stil, vat het in potloodtekeningen en voeg het in
kleine series van drie bij elkaar. Het resultaat is als een verzameling
fragmenten uit een gigantisch, dynamisch beeldwoordenboek. Ik noem dit
werk dan ook orbis TV pictus. Ik wil ook de logica van de televisie kunnen
nagaan, de regels ervan begrijpen, de open en vergorgen verwijzingen opnemen,
erachter komen hoe dit alles opgevat moet worden. Opvatting is een envoudiger
woord voor 'conceptie', het sleutelbegrip in de moderne kunst sinds Cézanne.
Ik denk dat kunstenaars al vanaf het begin vooral opvatting hebben geproduceerd
van de manier waarop werkelijke dingen gezien en begrepen moeten worden. Ze hebben bovendien met de overeekomstje gedaantes, formuleringen - of het nu schilderijen, objecten, installaties of performances zijn - hun tijdgenoten de gelegenheid gegeven, de buigzaamheid en de veranderlijkheid van de kunst te bieden heeft, zijn van oudsher nieuwe begripskaders. Het vakmanschap in een kunstvorm betekent nooit alleen beheersing van de benodigte techniek, maar vooral ontwikkeling van zienswijzen en mogelijke vormgeveningen. |
![]() otvp 92_087 Die Regeln der Einverleibung 1 |
|
|
Dit feit lijkt mij de belangrijkste reden voor een verbinding van kunst
en therapie. Niet dat kunstenaars van huis uit goede therapeuten zijn;
dat verlangt en verwacht niemand. De kunst is een plek waar mensen jarenlang
hun vormrepertoire via vormgevings- en veranderingsstrategieën kunnen
uitbreiden, waar ze gedwongen worden om nieuwe instellingen, houdingen,
strategieën aan te nemen, ten einde structuren, patronen, regels of
een probleem te herkennen. Kunstenaars oefenen zich in het vinden van aanschouwelijke
problemen en doorgaans hebben ze er zin in het probleem of op te lossen
of het tenminste als een probleem te formuleeren. |
![]() otvp 92_088 Die Regeln der Einverleibung 2 |
Een aanschouwelijke aard
is - noem ik een 'thema', te onderscheiden van eenvoudige 'motieven' die
slechts bewegredenen en aanleidingen vormen en van waaruit thema's zich
kunnen ontwikkelen. Wie ongeoefend is in het aanschouwelij denken, zal
meestal met behulp van een symbolencatalogus, waarin alle mogelijke motieven
plus interpretaties opgenomen zijn, een thema willen bepalen, zoals vele
psychotherapeuten nog steeds doen. Weliswaar speelt de keuze van motieven
in de kunst en op het geestelijke vlak een zekere rol, maar hun betekenis
krijgen ze pas door de fonctie binnen de concrete Gestalt. Als kunstenaar
ga ik ervan uit dat geestelijke problemen in grote mate als problemen van
vorm en Gestalt opbevat kunnen worden. Hoe pregnant is een Gestalt, hoe
goed en hoedbaar zijn haar contouren, hoe is de structuur van binnen, hoe
zien de randen naar de achtergrond toe eruit, hoe sterk is de afgrenzing
tot andere Gestalts, hoe reageert de Gestalt onder druk, warvaan is ze
afhankelijk en hoe maakt ze zich vreemde dingen eigen? Deze 'Gestaltproblemen'
zijn niet alleen voor de kunst en de Gestaltpsychologie belangrijk maar
ook voor elk cultuurbereik waarin het geestelijke aan het werk is, dat
wil zeggen voor alle dagelijkse dingen. Het Gestaltproblem van de toeëigening
bijvoorbeeld, de vraag hoe iemand zich iets eigen maakt, regelt immers
niet alleen het opnemen van voedel, maar ook de mogelijkheden tot informatie,
de verschillende vormen van communicatie of eenvoudigweg de houding ten
opzichte van dingen in de toekomst. |
|
| Als kunstenaar ga ik erheen en bekijk
in de iconographievormende media welke vormen van toeëigening als
leerzaam of gewenst worden aangeboden, hoe dat er formeel prcies uitziet
en welke thematische gevogen eraan vastzitten. De reclame op televisie
laat ons niet alleen kennismaken met de produkten en hun goede eigenschappen,
maar vooral met de manieren waarop we ons iets eigen kunnen maken. Mijn
werk is bedoeld als een kritsche inventarisatie van hetgeen ons als moderne
iconographie of buitenschoolse pedagogiek voor zich tracht te winnen, en
ik probeer de heersende regels, patronen en thema's op te sporen. Tegenwoordig
leren we niet meer een heel varken te kopen, hele kippen te plukken of
een rund te slachten, maar zijn we al gewend aan plakjesgewijze vormen
van toeëigening. In cellofaan verpakte eenpersonsporties met kippepootjes,
chokoladerepen of verassingseieren voor kinderen zijn de nu geldende vormen,
waarin werkelijke dingen bereid en gepresenteerd worden. In mijn kunsttherapeutische
trainingsmethode ga ik uit van bovenbeschreven vormen van zelfbesef en
behandelingstechnieken voor het geestelijke. Het omgaan met culinaire revepten
bijvoorbeeld kan de individuele, complexe en zeer concrete behandelingsmogelijkheden
in hoge mate doorzichtig maken met behulp van de vertaling in de vreemde
taal kunst. Wat ik kook wanneer ik alleen ben, kan strategieën en
trucs voor mijn zelfbehandeling openbaren. Wat iemand op tafel zet, kan
behandelingswensen of angsten in de omgang met andere aatonen. Juist de
formuleringen in eenvoudige reeksen van uitbeeldingen zijn in tegenstelling
tot mondelinge verslagen in staat, een werkelijk prbleem of thema naar
voren te laten komen, de samenhang te laten zien, de constructie en dynamiek
grijpbaar te maken. De kunstzinnige verwerking van verrassingseieren maakt
bijvooerbeeld aanschouwelijk, hoe iemand met een klein geheel omgaat, en
hoe hij met resten om kan gaan en het groepswerk een groter geheel kan
vormen. De kunst formuleert, ontwikkelt, en ontvouwt opvatting van de manier
waarop een aanschouwelijke, plastische samenhang van Gestalts tot stand
gebracht kan worden, en tegelijkertijd van de manier waarop die samenhang
begrepen kan worden. De kunst zelf kan genezen noch behandelen, maar biedt
zeker een enorme voorraad aan mogelijkheden voor zelfbesef en zelfbehandeling.
Daarom moet de kunsttherapie niet zoveel naar de verscheidenheid van het
materiaal voor kunstzinnige technieken kijken of proberen om afzonderlijke
'motieven' te interpreteren, maar zich in de eerste plaats richten op de
conceptionele rijkdom van de kunst.
Zänder, Keulen 1992 |